Categoriearchief: Biologie

Zoetersbout: een zoete duikstek

Detail kompaskwal

Detail kompaskwal

Op de laatste zondag van juli hebben Paula, Raymond, Daphne en ik een duikje gemaakt op Zoetersbout, ook bekend als Zijpe. Vanwege het succes van de week daarvoor (de midzomernachtduik georganiseerd door de RDF) gingen we, verwend door het rustige water en goede zicht, het nog een keer proberen. Het was laag water, en dus is de instap lastig (net zoals bij alle andere duikstekken met trap – die trappen zijn eigenlijk allemaal een meter te kort…). Het was gelukkig niet al te druk en het zicht was een meter of 3. Aliens amongst us (Galathea squamifera)En weer waren er kompaskwallen (Chrysaora hysoscella) te zien – erg mooie dieren. Let bij kompaskwallen op: de neteldraden lopen nog een flink eind door en aanraken met de blote huid schijnt pijnlijk te zijn. De vorige keer hadden Stefan en ik ook nog een aantal slakken gespot (bruine plooislak) maar nu waren hooiwagenkrabben en die kompaskwallen die de boventoon voerden. De mooiste verrassing was eigenlijk het oprolkreeftje (Galathea squamifera) dat we ontdekten. Deze kreeftsoort is behoorlijk schuw en verbergt zich zodra je met een lamp erop schijnt of te dicht in de buurt komt. Dit exemplaar kon (gelukkig) geen kant op, want hij zat in een ondiepe spleet. Deze soort komt steeds vaker voor in de Oosterschelde, en ze zijn bovendien erg fotogeniek.

De eerste dag: ONK en ZK, 2014 editie

Oh jee, waar is Scharendijke?

Oh jee, waar is Scharendijke?

De eerste dag zit er weer op: Stefan, Sander en ik doen mee met de Onderwaterfotografie kampioenschappen. Stefan en ik hadden vroeg afgesproken: om kwart over zeven verzamelen in Barendrecht, spullen overladen in één auto en gezamenlijk op weg naar Zeeland. Scharendijke om precies te zijn. Onderweg kwamen we nog een omleiding tegen: de N57 was afgesloten. Omdat we toch lekker op tijd waren was dat geen probleem. De omleiding leek ons heel even terug te leiden naar Rotterdam, maar het bleek dat we met een hele wijde boog om Ouddorp werden heengeleid.

Toekomstig kampioenen?

Toekomstig kampioenen?

Daar aangekomen kwamen we nog een fervent fotograaf tegen: Sander, samen met Dewi. Sander en Dewi zaten op een camping ergens in Zeeland en hadden een “thuiswedstrijd”. Toch maar even op de foto, terwijl we de eerste plekken van het ZK, ONK en NK verdeelden.

In een een restaurant in een molen werd de aftrap gegeven van de kampioenschappen. Nieuw dit jaar was de mogelijkheid om mee te doen aan een extra categorie: videografie.  Na de aftrap en bekendmaking van de thema’s vlogen de eerste fotografen en videografen met rokende banden weg richting de duikstek. Ik moest eerst mijn flessen (bij)vullen. Als je buddy met een dubbel-12 aankomt dan moet je er wel voor zorgen dat je genoeg lucht bij je hebt! Wij besloten naar Het Koepeltje te gaan. Ik wist dat tussen de haven en het koepeltje een heel mooi dichtbegroeid gebied was die niet vaak bedoken wordt. Bovendien hoef je niet het hele &#%!-stuk te lopen maar kun je om de haven heen meteen te water. En dat deden we ook meteen na het omkleden. Helaas was het zicht, net als vorig jaar toch weer een beetje troebel – algenbloei en andere zooi in het water. Met andere woorden: oppassen met de backscatter dus flitsers zorgvuldig positioneren! Al snel vonden we onze plek, waar we als enige duikers (lekker rustig!) ons lekker konden uitleven. Er was veel te zien: Kreeft, Krab, Zwarte Grondel, Blonde grondel, groene wierslak, Grote vlokslak, Zeenaalden, Noordzeekrab, Garnaal en zelf een paar Ruthensparr grondels. Wat wij geschoten hebben wil ik om concurrentieredenen niet zeggen, maar Stefan heeft een heel fraai visportret geschoten en ik ben niet geheel ontevreden met mijn categorieën Macro en Visportret. Terug op de wal na de eerste duik hoorden we de aanwezige duikers al mopperen over het zicht. Ook kwamen we oud-kampioen Henny Blokvoort tegen. Die mocht om medische redenen  niet duiken maar dat weerhield ‘m niet om al snorkelend toch mee te doen aan de kampioenschappen. Het zou mij niets verbazen als hij met een paar interessante shots die niemand anders heeft op de proppen komt.

Supermacro garnaal

Supermacro garnaal

Voor de tweede duik plaatste ik wat verlengringen tussen mijn objectief en body. Omdat ik de foto’s toch al in de pocket had besloot ik voor supermacro te gaan. (De foto hiernaast is overigens van vorig jaar, publicatie van de nu gemaakte foto’s is nl. verboden!)

De tweede duik hebben we na een minuut of 65 moeten afbreken, Stefan probeerde het Grevelingenmeer leeg te drinken en dat viel wat slecht. Toen we uit het water kwamen bleek het overigens toch al tijd te zijn – snel kleedden we ons om en reden terug naar Scharendijke. Daar aangekomen konden we het niet laten om onze foto’s in het groot op een beeldscherm te bekijken. Er zaten slechte foto’s tussen, maar tjonge- ook een paar hele goeie! Nadat we de foto’s ingeleverd hadden kwamen we Sander en Dewi weer tegen. Die zaten op het terras lekker te genieten en we praatten nog wat na over de wedstrijddag. Het was Sander ‘redelijk’ vergaan maar hij was nog niet tevreden. Gelukkig is er nog een tweede wedstrijddag die we allemaal goed kunnen gebruiken. Daarover de volgende keer meer!

Sea Turtle Conservation Bonaire

De redactie ontving van Rob, oud-bestuurslid van Aqua Viva en oud-voorzitter Astarte een bericht over zijn avonturen “in de west”. Rob is – zoals jullie weten – vertrokken naar het Caribisch gebied, om daar van zijn pensioen te genieten. Gezien de verhalen die bij Rob vandaan komen, lukt hem dat best wel aardig. 

Vandaag vrijwel de hele dag op zee geweest met “Sea Turtle Conservation Bonaire”, met 6 mensen op de “Nancy Too”, de kleine open boot met buitenboord motor van STCB voor een ‘inwater survey’.

Dit is een van de projecten van STCB en neemt zo’n 3 maanden per jaar in beslag, van januari t/m maart.

Het doel is zeeschildpadden te tellen en indien mogelijk te vangen langs de hele kustlijn van Malmok in het Noorden tot Red Slave in het Zuiden, inclusief Lac Bay en Klein Bonaire.

Er wordt van tevoren bepaald welk stuk die dag wordt bezocht en vandaag was dat tussen Oil Slick Leap en Bon Bini na Kas in het Noorden.

Één van ons blijft aan boord, de overigen gaan met zwemvinnen, duikbril en snorkel overboord en zwemmen dan op één lijn een uur lang boven het ondiepe gedeelte (waterdiepte van 2 tot 15 m.) van het rif.

Als iemand een schildpad ziet, steekt hij/zij een arm omhoog, wijst met de andere arm naar de schildpad en blijft er ook naar kijken, grote kans wanneer je je hoofd uit het water haalt om naar de boot te schreeuwen dat je hem gelijk weer kwijt bent.

De boot volgt de zwemmers de captain houdt de snorkelaars in de gaten en moet zorgen dat ze op één lijn blijven. Als er een arm omhoog gaat moet de schildpadvanger gewaarschuwd worden bovendien moet hij zorgen dat andere boten uit de buurt van de zwemmers blijven.

Bonaire kent voornamelijk 2 soorten schildpadden, n.l. de groene- en de karet schildpad en deze worden tijdens dat uur geteld en soms gevangen. Er is nog een derde soort, de loggerhead maar die is er alleen in het nest seizoen.

Dat vangen doet een van de medewerkers, genaamd Funchi, een man van Bonaire die er zeer bedreven in is. Hij besluipt ze als het ware van boven, duikt dan pijlsnel naar beneden en grijpt ze met de hand. Dat lukt lang niet altijd, want ze zijn heel snel weg.

Zwemmende groene schildpadden krijg je vrijwel niet te pakken, alleen als ze liggen te rusten heb je een kans. Karet of zoals hier hawksbills (vanwege de vorm van de bek) zijn trager, vooral als ze aan het voedsel zoeken zijn, dan hebben ze nergens anders oog voor. Er zijn wel veel meer groene dan karet schildpadden.

Vandaag hebben we 4 groene en 1 karet schildpad te pakken gekregen.

Een kleine groene schildpad wordt losgelaten door Rob.

Een kleine groene schildpad wordt losgelaten door Rob.

Het opmeten van een Hawksbill Turtle aan boord van het STCB bootje.

Het opmeten van een Hawksbill Turtle aan boord van het STCB bootje.

Groene Schildpad

Groene Schildpad

Groene schildpadden werden vroeger soepschildpadden genoemd, ze werden op grote schaal gevangen voor consumptie. Daar is nu een verbod op, maar ze worden hier en daar nog wel gestroopt. Dat ‘groen’ slaat niet op de kleur van het schild, dat is overwegend bruin en grijs, maar hun lichaamsvet is groen gekleurd door hun menu van zeegras. In Bonaire worden ze tortuga blanku genoemd vanwege hun witte onderkant.

De gevangen schildpad wordt dan naar de boot gebracht en onder een handdoek gelegd, die constant wordt nat gehouden. Die handdoek houdt ze over het algemeen rustig, anders kruipen ze de hele boot door.

Als het uur om is komt iedereen weer aan boord en worden de schilpadden behandeld, (gemiddeld 2 á 4 per sessie).ze worden stuk voor stuk op een zitbank van de boot gelegd, Funchi zit aan de ene kant en ik vaak aan de kant waar z’n kopje zit, om ze vast en rustig te houden, dat lukt vrij goed met een stukje handdoek over de kop en/of je hand over hun ogen te leggen. Ze worden met een grote schuifmaat gemeten op 3 manieren, ook nog met een centimeter over de bolling van het schild, dan worden ze in een tas gestopt en aan een unster gewogen, vervolgens gecontroleerd op ziektes en bijzonder kenmerken als beschadigingen aan het schild of de flippers, de bek wordt gecontroleerd op eventuele vishaken, afhankelijk van de grote krijgen ze een chip geïnjecteerd (net als bij huisdieren) of gemerkt met een metalen of plastic tag in/aan de voorste flippers, dan worden ze van alle kanten gefotografeerd en tenslotte weer vrij gelaten, zo veel mogelijk op dezelfde plek waar ze werden gevangen. Dat vrijlaten doen we door ze bij de voorste flippers vast te houden en met  de staart eerst in het water te laten zakken, dan rustig loslaten, meestal gaan ze er dan als de brandweer vandoor.

De captain noteert de soort, tijdstip van vangst en loslaten, neemt een wake point met een gps apparaat en zoekt een kenmerk op de kant op de plaats van de vangst.

Al de gegevens worden in een database ondergebracht, zodat we kunnen controleren hoeveel de schildpad is gegroeid als we hem later weer eens vangen. We kunnen per dag maximaal 3 sessies van een uur doen, het behandelen van de schildpadden kost vrij veel tijd, zoals ook het varen naar en van de plek van die dag, we nemen wat tijd tussen de sessies om wat te eten en te drinken en op te warmen, na een uur in het water ben je aardig afgekoeld.

Wel leuk, 2 weken terug heb ik mijn eerste schildpad gevangen, een kleine groene, hij lag te rusten op een meter of 6 diep, Funchi was niet in de buurt dus ik zag mijn kans schoon en kreeg hem inderdaad te pakken op de manier die ik van Funchi heb afgekeken. Normaal is het niet de bedoeling dat de zwemmers ook proberen te vangen, je verjaagt ze eigenlijk alleen maar. Ik ga intussen al een paar jaar mee en zwem meestal bij Funchi in de buurt om te helpen met naar boven halen en naar de boot brengen indien nodig, een schildpad van een kilo of 30 is oersterk. Dus ik heb permissie gekregen om te vangen als het zo uitkomt.

Dit is een van de projecten van STCB waar ik aan meedoe, maar er zijn er nog veel meer, dat komt volgende keer aan de beurt.

Ben je geïnteresseerd geraakt en wil je meer weten, kijk op www.bonaireturtles.org

Gewone Zeedonderpad (Myoxocephalus Scorpiusvoor)

In Nederland kennen we 3 soorten.

  • 1 Zoetwater donderpad     Cottus Perifretum
  • 2 Gewone zeedonderpad   Myoxocephalus Scorpiusvoor
  • 3 Groene zeedonderpad    Taurulus Bubalis

Een echte veelvraatDe Gewone zeedonderpad Deze wordt gemiddeld 30 centimeter lang. De kop is breed en plat met stekels. Het lichaam is kegelvormig. Met twee rugvinnen, waarvan de eerste is voorzien van stevige stekels.De borstvinnen zijn waaiervormig. Op het kieuwdeksel zitten twee stekels. De bovenste stekel op de rand van de kiewplaat is kleiner dan de oogdiameter.

Bij de Groene zeedonderpad is de stekel groter. Ook hebben deze dieren schubben langs de zijlijn, die bij de gewone zeedonderpad ontbreken. Ook de aanwezigheid van de zogenaamde stekel bij de mondhoeken maakt determinatie mogelijk

Omdat de dieren vaak stilliggen en goed kunnen worden benaderd, zijn deze kenmerken  goed waarneembaar. De stekels op hun vinnen en kieuwdeksel zijn niet giftig maar een steek kan wel erg pijnlijk zijn. Uit onderzoek blijkt dat de gewone zeedonderpad iets algemener is dan de groene. Het lichaam is vlekkerig bruin tot donkerbruin. In de paartijd is de buik van het mannetje mooi rood en van het vrouwtje oranje.

Goed herkenbaar

Goed herkenbaar

Ze zijn in hun tweede levensjaar geslachtsrijp en leggen hun eieren tussen stenen. De paring vindt plaats gedurende de wintermaanden, waarbij het vrouwtje inwendig wordt bevrucht. Hierbij houdt het mannetje haar met zijn grote borst- en buikvinnen vast. Nadat de eieren op stenen of wieren in klompen zijn afgezet worden ze nog vijf weken door het mannetje bewaakt. De eieren van de zeedonderpad zijn rood gekleurd. En de nesten kunnen enkele tientallen centimeters groot worden.

Zeedonderpadden jagen vooral ’s nachts. Het voedsel van de zeedonderpad bestaat uit allerlei bodemdieren zoals kreeftachtigen, vissenlarven en jonge vissen. Ze staan bekend om een grote vraatzucht. Ze zijn niet interessant voor de visboer omdat ze vol graten zitten.

Vissers noemen de zeedonderpad ook wel knorhaan, net als de ponen, omdat deze vissen een knorrend geluid kunnen maken als je ze oppakt.

Donderpadden komen voor in het gehele Noordelijk Halfrond en rond Nieuw Zeeland, zowel in zoet, brak als zout water. Veel soorten kunnen zowel in zout als in zoet water leven. Er zijn ongeveer 300 soorten donderpadden.Taxonomische indeling

Rijk                 Animalia (Dieren)

Stam                Chordata (Chordadieren)

Klasse               Actinopterygii (Straalvinnigen)

Orde                 Scorpaeniformes (Schorpioenvisachtigen)

Onderorde          (Pantserwangigen)

Familie Cottidae (Donderpadden)

Geslacht            Taurulus, Myoxocephalus of de Cottus

Pantserwangigen zijn in Zeeland

  • Gewone zeedonderpad
  • Groene zeedonderpad
  • Slakdolf
  •  Snotolf
  • Rode Poon

Zoetwater

  • Rivierdonderpad

Tropen

  • Koraalduivels

Film: De geboorte van een zeedonderpad

Het is weer de tijd van het jaar. Hele volksstammen trekken naar Zeeland om de eitjes van de zeedonderpad te zoeken. Peter van Rodijnen maakte een film – van eitje tot geboorte.

Met zijn film Double Devotion over de broedzorg van een zeedonderpad weet filmmaker Peter van Rodijnen vele mensen enthousiast te maken over het onderwaterleven in Zeeland. hij viel ook al meerdere malen met zijn film in de prijzen.

Een prachtig stukje natuur in eigen land, midden in de winter. Kijk en oordeel zelf!

Noordzeekrab (Cancer Pagarus)

Noordzeekrab

Noordzeekrab

De noordzeekrab is de grootste krab die in onze wateren voorkomt. Het is een duidelijk herkenbare krab, van ongeveer 15 cm breed tot max. 30 cm breed, en 10 tot 15 cm lang. Hij kan tot 4½ kg wegen. Het rugschild is iets bol met een korrelig oppervlak. Aan beide zijde zijn 8-10 afgeronde lobben te zien. Tussen de ogen zie je 2 stompe tanden, en een paar antennes.

De krab heeft 2 forse scharen waarvan de één iets groter is dan de ander en bij de mannetjes zijn de “vingers” zwart.De 8 looppoten zijn korter dan de scharen en op de poten zijn stugge haren aanwezig. Het wijfje heeft een breder achterlijf waarmee ze de eieren beschermd.

In de winter en lente zijn de wijfjes zwanger. Onder het hartvormige lijf zijn grote klompen met geeloranje eitjes te zien. Regelmatig wappert ze met haar achterlijf om dode en onbevruchte eitjes te verwijderen. Later in het seizoen worden de eitjes zwart en dit komt doordat de embryo’s zich ontwikkelen.

Overdag ligt de krab op een beschutte plek en wordt ’s nachts actief. Ze gaan dan op jacht naar schelpdieren, zeesterren en andere langzame dieren. De krab is niet erg kieskeurig in zijn voedsel. Ze leven in de getijde zone tot een diepte van 200 meter. Op stenige bodem op rotsen en scheepswrakken. Altijd wel ergens waar ze een schuilplaats hebben.

Volwassen krabben hebben geen vijanden, jonge exemplaren worden gegeten door inktvissen en zeepalingen. Krabben worden gevangen voor consumptie en is de ideale krab bij de bereiding van schotels met schelp en schaaldieren.

Hoewel de noordzeekrab hier overwinterd is hij niet bestand tegen extreme kou.

In 2012 werden er op de antennes van de noordzeekrab kelkwormen aangetroffen. Een samenlevingsvorm die we symbiose of epibiont noemen en betekent dat 2 soorten totaal geen last hebben van elkaar geen voordeel maar ook geen nadeel (commensalisme). Voor het volledige artikel: klik hier

Een nieuwe rubriek

PaulaOp onze website gaan we binnenkort een biologische kalender bijhouden. Daarvoor maken we een aparte agenda aan (moeten we nog wel even installeren). Paula, onze gedreven onderwaterbioloog die ook een deel van de club al enthousiast heeft gemaakt voor de specialisatie, zal regelmatig een stukje schrijven over dieren en planten die je tegen kunt komen in een bepaalde periode.

Ook zullen we een speciale sectie voor onderwaterbiologie op de website inrichten. Al doende zal er een (hopelijk) complete “veldgids” gaan ontstaan van al het moois dat we zelf hebben ontdekt/gevonden.

De bedoeling is dat we zelf als duikers ook gaan proberen om de beschreven planten en dieren onder water te vinden en observaties terug te melden. Het helpt als je daarbij een fotograferende buddy weet te strikken die de vondsten op de gevoelige plaat vastlegt.